Het integreren van een DYMO-labelprinter in uw Azumuta-workspace is een eenvoudig proces. Voordat we u door de stappen leiden, zorg ervoor dat u al over de volgende items beschikt:
- De DYMO-labelprinter die u wilt integreren.
- Een computer (kan een desktopcomputer/laptopcomputer zijn) of een Windows-tablet die is aangemeld bij uw Azumuta-workspace. Op dit moment kunt u nog geen niet-Windows-tablet of smartphone met een DYMO-labelprinter gebruiken.
Als u de hierboven genoemde items hebt, kunt u het proces van het integreren van uw DYMO-labelprinter in uw Azumuta-workspace starten, wat uit 4 fasen bestaat.
DYMO produceert een groot aantal labelprinters. In onze richtlijnen gebruiken we de DYMO LabelWriter 550 Label Printer in onze voorbeelden.
Fase 1: DYMO Connect downloaden en installeren op uw computer
De eerste fase is het downloaden van de DYMO Connect-software en stuurprogramma's naar uw computer. U gebruikt dit hulpprogramma om uw computer met de DYMO-labelprinter te verbinden en uw labels te ontwerpen.
- Ga naar de website van DYMO (https://www.dymo.com)
- Klik op "Resources & Guides".
- Klik op "Driver & Software Downloads".
- Klik op "The Latest Software & Drivers for all LabelWriters® and LabelManager®".
- Download de Mac- of Windows-versie van DYMO Connect naar uw computer.
- Nadat het downloadproces is voltooid, installeert u het op uw computer.
Fase 2: Ontwerp uw labels in DYMO Connect
De tweede fase is het ontwerpen van uw labels in DYMO Connect. Hiervoor opent u eenvoudig de DYMO Connect-app die u in fase 1 hebt gedownload en ontwerpt u de labels die uw operators zullen afdrukken.
Download de DYMO Connect-gebruikershandleiding van de ondersteuningspagina van DYMO.
Parameters gebruiken bij labelafdrukken
Behalve het conventioneel ontwerpen van een label, kunt u ook onze Parameters-functionaliteit gebruiken bij het ontwerpen van een label. Door een Parameter key in een labeltemplate te schrijven, zullen de labels die op basis van deze template worden afgedrukt, automatisch de parameterwaarde van hun artikels weergeven.
Dankzij deze feature hoeft u parameterwaarden niet langer handmatig in een label in te voeren. Dit bespaart u tijd en minimaliseert de mogelijkheid van gegevensinvoerfouten, omdat alles wordt geautomatiseerd.
Opmerking: deze feature werkt alleen als u een label afdrukt vanuit een instructiestap binnen een werkinstructie die deel uitmaakt van een productorder die op basis van een artikel is gemaakt.
Om een Parameter key in een label in te voeren, volgt u de volgende formule:
- ${parameter key}
Als we bijvoorbeeld de Parameter key Paint_Type willen opnemen, schrijven we het volgende op het label:
- ${Paint_Type}
Voorbeeld
Als we bijvoorbeeld een productidentificatielabel willen afdrukken, gebruiken we de volgende Parameter keys:
- Color
- Paint_Type
- Body_Material
Raadpleeg de afbeeldingen hieronder om te zien hoe het werkt:
Dit is hoe we de 3 Parameter keys op de labeltemplate hebben geschreven:
En dit is het label nadat we het hebben afgedrukt:
Fase 3: Uw DYMO-labelprinter toevoegen aan uw Azumuta-workspace
Nadat u de 2 vorige fasen hebt voltooid, is het tijd om door te gaan naar de derde fase: het toevoegen van uw DYMO-labelprinter aan uw Azumuta-workspace. Dit doet u als volgt:
- Schakel uw DYMO-labelprinter in. Zorg ervoor dat deze gedurende deze fase ingeschakeld blijft.
- Verbind uw DYMO-labelprinter met uw computer (via een USB-kabel of een draadloos netwerk). Zorg ervoor dat deze gedurende deze fase verbonden blijft.
- Open uw Azumuta-workspace op uw computer
- Klik op "Randapparaten" onder "Management".
- Klik op de gele plus-knop.
- Typ de naam van het nieuwe randapparaat.
- Selecteer een bestaande Randapparaatgroep of maak een nieuwe Randapparaatgroep aan.
- Selecteer voor Check-type "Procedure".
- Selecteer voor Hub plugin degene die overeenkomt met uw labelprintertype. Als u twijfels hebt, neem dan contact met ons op via ons support@azumuta.com e-mailadres.
- Voor de velden onder "Configuratie", raadpleegt u de afbeelding onder de video.
- Indien nodig kunt u ook aanvullende nota's voor deze labelprinter toevoegen onder het veld "Nota's". Deze nota's worden weergegeven in de lijst met randapparaten van uw workspace.
- Klik op "Toevoegen" wanneer u klaar bent.
Hier volgt een uitleg van de velden onder "Configuratie":
- Dit is het Network IP van de DYMO Connector-service. We raden u aan dit veld ongewijzigd te laten.
- Dit is het poortnummer. We raden u aan dit veld ongewijzigd te laten.
- Dit is de naam van de labelprinter. Zorg ervoor dat deze exact hetzelfde is als de naam van de labelprinter in de lijst met verbonden apparaten van uw computer (zoals weergegeven in de eerste screenshot hieronder) en de naam van de labelprinter in DYMO Connect (zoals weergegeven in de tweede screenshot hieronder):
- Upload het label dat u in fase 2 hebt ontworpen. Opmerking: u kunt hier slechts één labelontwerp uploaden. Als u meerdere labelontwerpen wilt afdrukken, moet u voor elk labelontwerp een labelprinter aan Azumuta toevoegen (zelfs als u slechts 1 labelprinter in uw fabriek hebt). Stel bijvoorbeeld dat u 4 verschillende soorten labels moet afdrukken: een verzendlabel, een opslaglabel, een prijskaartje en een naamplaatje. In dat geval moet u 4 labelprinters aan Azumuta toevoegen. Dit betekent dat u deze fase (fase 3) 4 keer moet herhalen – waarbij u telkens het bijbehorende labelontwerp in dit veld uploadt wanneer u een labelprinter aan Azumuta toevoegt.
- (Alleen indien nodig) Klik om de codes met betrekking tot het labelontwerp dat op nr. 4 is geüpload, te openen en te controleren.
- Als u deze optie aanvinkt, wordt het labelbestand dat u op nr. 4 hebt geüpload niet afgedrukt, maar wordt het in plaats daarvan door het apparaat van uw operator gedownload.
Fase 4: De DYMO-labelprinter inschakelen op het geselecteerde apparaat
De laatste fase betreft het inschakelen van de DYMO-labelprinter op het geselecteerde apparaat dat uw operators zullen gebruiken om labels af te drukken. Hier volgen de stappen om dit in te schakelen:
- Klik op "Devices" onder "Management".
- Klik op het ⋮ (drie-puntenpictogram) naast het apparaat waarop u de labelprinter wilt inschakelen.
- Klik op "Device bewerken".
- Klik op het tabblad "Randapparaten".
- Klik op het vervolgkeuzemenu onder "Randapparatuur voor instructie-checks".
- Selecteer de labelprinter die u op dit apparaat wilt inschakelen. U kunt meerdere labelprinters selecteren.
- Klik op "Opslaan" wanneer u klaar bent.
Als u een labelprinter op meerdere apparaten wilt inschakelen, herhaalt u dit proces eenvoudig voor elk apparaat waarop u deze labelprinter wilt inschakelen.
Een randapparaat of Randapparaatgroep bewerken of verwijderen
Zie hoe u een Randapparaatgroep en apparaat configureert om te leren hoe u een randapparaat of een Randapparaatgroep bewerkt of verwijdert.